Ik liep vandaag weer door ons dorp.
Maar God wat gaat het achteruit.
Dat heet vooruitgang moet je weten.
Dat, wat zo tegen mijn inborst stuit.
Waar blijven straks de gezellige buurtjes.
Waar je zo goed slenteren kon.
Waar nog tijd is voor een praatje.
Waar mijn prille jeugd begon.
De route naar de school toe.
De school die voor je toekomst was.
Heeft nu waarschijnlijk zelf geen toekomst.
Vindt in het nieuwe plan geen pas.
Het boerderijtje in de bocht daar.
Wat de eeuwen heeft weerstaan.
Met zn mooie oude bomen.
Heeft voor de toekomst afgedaan?
De supermarkt, die van kleine winkel.
Uitgroeide tot veels te veel
Heeft nu nog meer ruimte nodig.
Eist voor groeiende omzet nóg een deel.
Maar het dorp blijft het dorp.
Zeggen de bestuurders dan.
En als je dat niet wilt inzien.
Snap je er geen meter van.
Dus passen ze met baak en meetlat.
Die meter voor ons allen in.
En wordt het dorp het vel met ruitjes
Dat ik nog kende uit het begin.
De tegels van de mij zo vertrouwde route.
Waar je over voortging of voor een pas op de plaats.
Zijn verwoorden tot meetkundige vlakken.
Nieuwe goudplaatjes van x-aantal karaats.
En vele buigen zich over de vlakjes.
Net zoals ik dat vroeger deed.
Alleen was dat voor een goede toekomst.
Iets wat ik nu niet meer zo zeker weet.
Want als je dorp niet meer je dorp is.
Rustpunt in een vaak hectisch bestaan.
Kun je passen en meten wat je wilt.
Maar heb je geen plek meer om te staan.
H. de Winter.