Home
 Nivo hoger

  
Raadsleden in de Kloostertuin

 

 

Klik voor vliegbewegingen

Get Firefox!

 

 

 

de heer A.C. van Bellen

Karel Doormanplantsoen 7

2121 XA Bennebroek

     

 

Onderwerp                      :

Herinrichting van de 'Oude Kern'

Uw brief van                    :

30 januari 2000

Uw kenmerk                     :

     

Ons kenmerk                    :

     

Behandeld door                :

M.C.Kal-Telkamp

Bijlage(n)                          :

   

Verzenddatum                 :

 

 

 

 Geachte heer van Bellen,

Aangezien er in Uw brief onderwerpen worden aangesneden, die verschillende portefeuillehouders in het college regarderen, hebben wij besloten U gezamenlijk, in naam van het college van Burgemeester en wethouders te antwoorden.

Afgezien van de vele kwalifikaties, waarmee U Uw brief weliswaar kleur geeft, maar die wij graag voor Uw rekening laten, hebben wij behoefte inhoudelijk op Uw stellingen te reageren.

Gezien de veelheid van argumenten en "feiten" die U hebt aangedragen zullen wij ten behoeve van de leesbaarheid steeds eerst de toepasselijke tekst uit Uw brief aanhalen (schuingedrukt) en deze vervolgens van ons commentaar voorzien.

1. "Het onderhavige plan mist -zoals overduidelijk blijkt uit gehouden hoorzittingen- enig representatief draagvlak in de bevolking, laat staan van betrokken omwonenden."

"Conclusies van het College met betrekking tot ‘de overige elementen van de ontwikkelingsvisies’

(sub 4) die als onomstreden worden gepresenteerd zijn voor belanghebbende bewoners, zoals ook ondergetekende, uiterst omstreden. Evenals de door het College (sub D) gevraagde ‘carte blanche’ voor latere invulling van bestemming van vrijkomende grond".

- Tijdens de informatie/inspraakbijeenkomsten van 20 april 1999, 9 september 1999 en 13 januari 2000 is duidelijk naar voren gekomen, dat de feitelijke behoefte aan een grotere supermarkt aanvankelijk in twijfel moest worden getrokken en ook later, ondanks de in het Kolpron-rapport neergelegde visie, niet kon worden aangetoond. Bij geen van deze avonden is, hoewel daar toch ruimschoots de gelegenheid toe was, in negatieve zin gesproken over de overige elementen die de voorgelegde modellen bevatten, zoals de nieuwbouw van Meerleven, de bibliotheek, de doorsteek, de school, de minimaal gegarandeerde hoeveelheid sociale woningen etc.

- Voor alle bijeenkomsten is de gehele bevolking van Bennebroek uitgenodigd, dus ook de bij de verschillende voorgelegde modellen betrokken omwonenden.

- Hoewel bij het tot stand brengen van het collegevoorstel aan de raad op grond van deze informatie/inspraakbijeenkomsten kon worden geconcludeerd dat de overige elementen kennelijk niet omstreden waren, bleek in de weken voorafgaande aan de raadsvergadering, dat de kritiek verschoof naar onderdelen, die eerder nooit onderwerp van discussie waren geworden. De richting waarin, bleek sterk afhankelijk van de plaats waar de critici wonen.

- Als reactie op de inspraak heeft het college de vergroting van de supermarkt uit het plan gehaald. De ‘onomstreden’ status van de overige elementen is tijdens de raadsvergadering uit het raadsbesluit gehaald.

- Het is steeds de bedoeling geweest om de gemeenteraad een , afhankelijk van de plannen van Meerleven, nader in te vullen besluit over het overblijvende deel van het plan te vragen. Van een ‘carte blanche’ aan het college is dan ook nimmer sprake geweest. Door de op 3 februari door de raad aangenomen amendementen is overigens ook op dit punt de tekst nog dusdanig aangescherpt,dat er geen enkele ruimte voor meerdere uitleg mogelijk is.

2."Partijen die het plan hebben opgesteld zijn uitsluitend commercieel belanghebbenden.Enige representatieve inspraak van omwonenden is er niet geweest."

- Dit is niet juist, de modellen, die 20 april en 9 september 1999 werden voorgelegd zijn door het stedenbouwkundig bureau S.V.P. opgesteld in opdracht van het gemeentebestuur. Bij de tot standkoming van die modellen is een klankbordgroep betrokken, waarin ook vertegenwoordigers van de huurders van  Pré Woningen en van de omwonenden zitting hadden. Daarna is het laatste, zgn. Groepsmodel is onder verantwoordelijkheid van Woonzorg Nederland (eigenaar van het gebouw van Meerleven), Pré Woningen en Zwetsloot tot stand gekomen. Dit model had niet de voorkeur van het college, maar bevatte voldoende positieve elementen om aan de bevolking te worden voorgelegd.

 3."Geheel onterecht wordt geanticipeerd dat een dergelijk grootschalige herordening van een   substantieel deel van de bebouwde oppervlakte van Bennebroek met een artikel 19 procedure kan worden opgestart c.q. afgedwongen. Uit jurisprudentie blijkt dat dit spoor door belanghebbende omwonenden vrij gemakkelijk bij de bestuursrechter kan worden geblokkeerd"

- Het lijkt alsof ook hier sprake is van een misvatting. U draait de hele boel om. Het was en is de bedoeling van het gemeentebestuur om door middel van  de voorgelegde modellen - elk met daaraan verbonden specifieke voordelen en nadelen - te komen tot een zo gunstig mogelijke indeling van de Oude Kern. Juist in deze voor-fase hebben wij veel aandacht gegeven aan de mening van participanten in de ruimste zin en de hele bevolking van ons dorp.

- De studies en onderzoeken, die wij sedert 1996 verrichten zijn een noodzakelijke voorwaarde voor het maken van een goed bestemmingsplan. Op basis van deze keuze, die de gemeenteraad op 3 februari heeft gemaakt, zal een ontwerp-bestemmingsplan worden gemaakt, dat een doordachte samenhang vertoont en dat ook nog uitvoerbaar moet zijn, qua timing en qua financiën.

Dit ontwerp-bestemmingsplan ondergaat, voordat het wordt vastgesteld, alle noodzakelijke, en ook wettelijk vastgelegde vormen van inspraak.

- Binnen de kaders van dit ontwerp-bestemmingsplan kunnen volgens de wet op de Ruimtelijke Ordening al wel bouwplannen, dus echte uitgewerkte bouwtekeningen in behandeling worden genomen volgens de zgn. artikel 19 procedure. Wij verwachten dat Woonzorg Nederland van die wettelijke mogelijkheid gebruik zal maken. Er is in dat geval wel sprake van een belangwekkende ontwikkeling in een kwetsbare omgeving, reden waarom wij aan de beeldkwaliteit van dat verwachte bouwplan de volle aandacht zullen geven, maar onder een "grootschalige herordening van een substantieel deel van de bebouwde oppervlakte van Bennebroek" verstaan wij toch iets heel anders.

Ook een artikel 19-procedure kent overigens inspraakprocedures die wettelijk zijn vastgelegd, en waarmee objectief ongewenste ontwikkelingen kunnen worden tegengegaan.

 4."Tijd voor een grondige afweging van één en ander ontbreekt."

- Op 19 november 1996 formuleerde ons college de ambtelijke bestuursopdracht op basis waarvan het project ‘Oude Kern’ kon worden opgezet. Vanaf dat moment zijn er in openbare raadsvergaderingen budgetten voor extern advies beschikbaar gesteld (dec.97), een beleidsvisie vastgesteld(jun. 98), uitgangspunten geformuleerd, ontwikkelingsrichtingen aangegeven (okt.98) ,is er een herontwikkelingsvisie ontworpen (jan. 99) en, als het meer concreet werd, informatie/inspraakbijeenkomsten georganiseerd, aanvankelijk voor direkt betrokkenen, later voor alle inwoners (maart 98, april 99, sept. 99 en jan. 2000) Er was ruimschoots tijd en gelegenheid voor een grondige afweging en velen hebben daaraan een bijdrage geleverd.

5."De consequenties van het raadsbesluit kunnen niet (volledig)  worden overzien en ze kunnen potentieel een dramatisch hoge hypotheek op Bennebroek in de toekomst meebrengen."

- Gezien de ontwerpfase van het bestemmingsplan is het inderdaad niet mogelijk op dit moment inzicht te hebben in alle precieze uitkomsten van de toekomstige ontwikkelingen

- Dat dit op zichzelf een risico voor de gemeente oplevert, is een vaker voorkomende misvatting. Het bestemmingsplan verplicht de gemeente ook in zijn definitief vastgestelde vorm niet om bijvoorbeeld een nieuwe school te bouwen, zonder dat daarvoor benodigde  financiën beschikbaar zijn gekomen.

- Door de financiële kaders van het raadsbesluit  is het risico van onbedoeld hoge kosten beperkt.

6."In geen enkel verkiezingsprogramma van 1998 werd ook maar een letter aan de majeure operatie genaamd "De Oude Kern"besteed."

- Dit projekt stond al lang en in alle openbaarheid op de agenda en is wel degelijk onder de aandacht van de partijen geweest, al dan niet met name genoemd.

In het beleidsprogramma 1998-2002 dat door de collegepartijen VVD, PvdA en D66 op basis van hun verkiezingsprogramma’s is ondertekend staat dan ook de zinsnede:  "Wat nog wel dient te worden afgerond is: het project Bloemveld, voortzetting van het project Oude Kern, waarbij voldoende aandacht zal worden gegeven aan voorlichting aan en horen van de individuele burger in dit gebied en tenslotte aan een nieuw totaal bestemmingsplan voor Bennebroek. Verkeer en vervoer zullen onderdeel uitmaken van deze planvorming."

7."De bevolking werd door PvdA, pag 15 / VVD, pag 6 en CDA voorlaatste pagina) voorgehouden, dat het bestuur van Bennebroek zich in de planperiode 1998-2002 zou gaan bezighouden met de ontwikkeling van een nieuw totaal bestemmingsplan (sinds 1976). Nu de planperiode al voor de helft verstreken is blijkt uit niets dat genoemde beloften zijn of worden ingelost."

- Hoewel wij niet zullen ingaan op de teksten van programma’s van politieke partijen, kunnen wij hierover het volgende meedelen: De werkzaamheden op het gebied van Ruimtelijke Ordening zijn veelomvattend ingewikkeld en kostbaar en om die redenen in de planning gespreid over de hele bestuursperiode,eigenlijk al twee bestuursperiodes.

- Uitgangspunt voor de ruimtelijke ordening is de in 1995 vastgestelde struktuurvisie. Op basis daarvan worden deelgebieden tot definitieve bestemmingsplannen uitgewerkt. Eerst zijn aan de orde gekomen het deelplan van Lieroppark, daarna het gebied Bloemveld, waarvan het deelplan inmiddels gereed, goedgekeurd door de Provincie maar nog niet volledig definitief vastgesteld, vanwege nog lopende procedures. Vervolgens is de struktuur van de Oude Kern aan de orde gebracht. Op basis daarvan kan eveneens een deelplan worden uitgewerkt.

- De aanpak van de minder ingrijpende, maar daarmee niet noodzakelijk minder ingewikkelde overige delen van het bestemmingsplan is met instemming van de raad in de 4e managementrapportage van 1999 (ook weer een openbaar stuk) gepland voor het tweede kwartaal van 2000.

8."Noodzaak van nieuwbouw van Meerleven is omstreden. Evenals nieuwbouw (tevens precedent) van één van de drie lagere scholen, die momenteel ruim in haar jas steekt. Een deugdelijke onafhankelijke analyse met betrekking tot noodzaak van verbouw of nieuwbouw ontbreekt."

- De wenselijkheid van nieuwbouw  voor Meerleven is in 1997 door de Provinciale Staten (ook een rechtstreeks gekozen democratisch bestuursorgaan) aangegeven in het Provinciaal Plan Verzorging en verpleging 1997 t/m 2000. Of er aan het Provinciale besluit een deugdelijke onafhankelijke analyse met betrekking tot noodzaak van verbouw of nieuwbouw ontbreekt, daar breken wij ons het hoofd niet over en zeker niet nog eens in dit stadium - de planperiode is bijna al verstreken! Ook het bestuur van Meerleven wil graag nieuwbouw.

- Wij waren ten tijde van het tot stand komen van het Provinciaal Plan, en zijn nog steeds van mening, dat Meerleven door middel van nieuwbouw, optimaal in staat zal zijn in de toekomst haar belangrijke diensten te verrichten, mede ten behoeve van de Bennebroekse bevolking.

- Doordat Meerleven bovendien niet beperkt zal zijn door de bestaande plattegrond van het huidige terrein, als gevolg van het genomen raadsbesluit, zal een maximaal praktisch en mooi gebouw kunnen worden ontworpen.

- Nieuwbouw van de Franciscusschool wordt door het schoolbestuur gewenst. Door het financieringssysteem dat het rijk hanteert, ontvangt de gemeente veel minder geld voor het in stand houden van de scholen en de gebouwen en voor reservering t.b.v. nieuwbouw dan feitelijk , op basis van het aantal leerlingen en de ouderdom van de schoolgebouwen  noodzakelijk zou zijn. Ook het schoolbestuur ontvangt te weinig geld om het hele gebouw adequaat te kunnen onderhouden. Achterstallig onderhoud zal van deze omstandigheden het gevolg zijn. De gemeente wil om deze redenen medewerking verlenen aan nieuwbouw of verkleining van het schoolgebouw. Voorwaarde is, dat één en ander wel financiëel haalbaar moet zijn.

- Overigens kunnen wij Uw stelling dat nieuwbouw van een schoolgebouw een precedent schept niet onderschrijven.

9."Het door de provincie aan Meerleven in het vooruitzicht gestelde krediet is gebaseerd op renovatie"

- Hoe Meerleven of Woonzorg Nederland als eigenaar van het pand met de Provinciale bijdrage uit de voeten kan is niet aan ons om te beoordelen. Voor beide organisaties lijkt de Provinciale bijdrage in elk geval voldoende om een start met nieuwbouwplannen te maken.

10."Nieuwbouw van Meerleven brengt significant hogere woonlasten met zich mee bij een nagenoeg gelijk blijvend aantal bewoners. Bij onvermogen van bewoners draait de gemeenschap Bennebroek op voor deze hogere woonlasten, zoals inwoners van Bennebroek nog steeds opdraaien voor exploitatielasten van de boven onze stand ontwikkelde sporthal."

- Dit is onjuist!  Bennebroek betaalt geen gulden aan Meerleven. De logiesprijs is in het kader van de AWBZ gemaximeerd en ligt tussen de F3500,- en F3600,- per maand. Wie een hoger inkomen heeft, betaalt niet meer dan dit maximum, bij een lager inkomen wordt het tekort gefinancierd vanuit de AWBZ en niet door de gemeente. Een eventuele discussie over mogelijke beperkingen van de kosten van Meerleven hoort - als U hem al zou willen voeren - thuis bij de uitvoerder van de AWBZ en zeker niet bij de gemeente Bennebroek.

- Inwoners van Bennebroek draaien op voor de exploitatielasten van het onderwijs , van het SWOB, van de bibliotheek, van de peuterspeelzaal, van het rioleringstelsel, van de sporthal, van de straatverlichting, etc. etc., zelfs van verkeersdrempels. Ieder zal een persoonlijke gedachte hebben bij de totale opsomming van het hele voorzieningenaanbod in de gemeente. Het kan soms beter, anders, soms minder, soms liever helemaal niet in de ogen van elk individu. Feit is, dat de sporthal langs democratische weg tot stand is gekomen, dat er veel Bennebroekse inwoners en inwonertjes gebruik van maken, dat de exploitatie heel gemiddeld is en net als vele ander sporthallen in het land een exploitatietekort vertoont, dat de burgers van Bennebroek betalen. Net als het onderwijs, het SWOB, de bibliotheek, de peuterspeelzaal, het riool en de verkeersdrempels. Natuurlijk moeten we streven naar optimalisatie van de exploitatie om de kosten te drukken, maar dit alles moet wel in verband met het totaal worden beschouwd.

11."Op een netto oppervlakte van minder dan 7ha wonen nu ruim 5000 inwoners hetgeen in de bebouwde ruimte neerkomt op een milieudruk van ruim 7000 inwoners per vierkante kilometer. Daarmee schaart Bennebroek zich in de top van dichtst bevolkte ruimte in Nederland (en wereld). Het zou van wijsheid getuigen meer rekening te houden met deze nu al onaanvaarbaar hoge lastendruk bij plannen voor de toekomst."

- U lijkt nu wat met de cijfers te rommelen om te suggereren, dat er veel te veel naar licht en lucht snakkende mensen op een kluitje wonen in dat verschrikkelijke vervuilde dorp, genaamd Bennebroek. Alleen al de prijzen van de woningen doen anders vermoeden.

- De bevolkingsdichtheid per km per gemeente is een niet zo goed bruikbare rekeneenheid, omdat daarmee ook alle zgn. buitengebieden worden meegenomen als "bevolkt gebied". De meeste gemeenten hebben zo'n buitengebied. Bennebroek ligt temidden van groenblijvende ecologische zones, buitengebieden die het leefklimaat in onze gemeente wel degelijk bevorderen. Die gebieden behoren echter bij andere gemeenten en beinvloeden daardoor ons bevolkingsdichtheidscijfer niet in gunstige zin.

- Het rijk hanteert een klassificering op basis van omgevingsadressendichtheid. Volgens dat systeem zitten we in klasse drie op een schaal van vijf en dat is precies in het midden.

- Overigens zal het onderwerp milieu een wezenlijk onderdeel uitmaken van de plannen, dat is de  gemeentelijke werkgroep Milieu ook al toegezegd.

12."Waar bewoners van Bennebroek dringend behoefte aan hebben is een integrale beleidsvisie (met nadruk op "visie") van wonen, werken, onderwijs, spelen, verzorging, winkelen en recreëren in Bennebroek met als tijdhorizon 2015-2030."

- Naar onze mening zou een dergelijk stuk een zeer beperkte waarde hebben, aangezien veel ontwikkelingen van buitenaf zeer beïnvloedbaar zijn en daarmee de "hardheid" van de visie op voorhand al discutabel maken. Stelt U zich maar eens voor: de invloed van, bijvoorbeeld, de vestiging van een nieuwe, zeer populaire school, vlak over de gemeentegrens in een buurgemeente of: de invoering van een goedkope nog schonere nieuwe techniek van huisvuilverwerken of : een knallende ruzie met veel deelnemers binnen een vereniging.

- Onze voorkeur ligt meer bij het plannen en vooruitzien in een overzienbare periode. De lengte van die periode verschilt per onderwerp. Zo strekt de redelijkerwijs te overziene periode voor het rioolstelsel aanmerkelijk verder dan die van het welzijnsplan. Daarin liggen mogelijkheden om maatwerk te leveren bij het faciliteren van de wensen van onze bevolking. Natuurlijk hanteren we daarbij voortdurend instrumenten als: bevolkingsprognoses en leerlingprognoses (die overigens steeds opnieuw moeten worden bijgesteld naar de actuele stand van zaken) technische adviezen, beleidsadviezen uit het "werkveld", inspraak van betrokkenen,inspraak van de bevolking. Door middel van beleidsnotities over bijvoorbeeld jeugd, laanbomen, groenbeheer, speelwerktuigen, ouderen, riolering, Oude Kern, privatisering, wegenonderhoud etc., etc., wordt per onderdeel , soms in samenhang met een ander onderdeel (bijvoorbeeld wegen en riolering) het beleid voor de toekomst uitgestippeld. De kleinschaligheid van onze gemeente maakt het gemakkelijk voor managementteam, college en raad om de mogelijke samenhang met andere beleidsterreinen in de gaten te houden.

13.Deze beleidsvisie (2015-2030) dient-----" helder inzicht te geven in bestaande aantrekkelijkheden ("assets") die karakteristiek zij voor deze gemeente (voor toekomst zoveel   mogelijk waarborgen)”

- Algemeen: Er is een vastgestelde lijst van monumenten, zowel landelijke als provinciale, in Bennebroek, deze monumenten moeten gehandhaafd blijven. Er loopt momenteel een extern onderzoek door een terzake kundig bureau naar de noodzaak van toevoegen van de boerderij Meerweg 16 aan deze lijst. De raad heeft gevraagd om te onderzoeken of er mogelijk een lijst van beeldbepalende objecten in het dorp kan worden opgemaakt en wat de consequenties zouden kunnen zijn van een dergelijke lijst. Hierover is contact opgenomen met de Stichting Cultureel Erfgoed Noord-Holland.

Een deel van Bennebroek is bestempeld tot ecologische verbindingszone tussen het duingebied en de strook langs de Ringvaart rond de Haarlemmermeer en zal derhalve niet bebouwd worden.

Bomen met een stamdoorsnede van meer dan 10 cm mogen zonder kapvergunning niet worden gekapt.

- In het kader van de Oude Kern: Bij het begin van het project zijn de specifieke karakteristieke aantrekkelijkheden van het gebied benoemd. Daartoe hoorden niet het huidige gebouw van Meerleven en ook niet het nieuwbouwgedeelte van de school. Wij verwijzen in dit verband naar de informatiehoek in het gemeentehuis, naar de boekjes, die sedert oktober 1998 geproduceerd zijn en daar sedertdien ter inzage liggen, waarin deze uitgangspunten zijn weergegeven.

 14.De beleidsvisie (2015-2030) dient helder inzicht te geven in "ontwikkelingen in de maatschappij, bedrijfsleven en in technologisch opzicht die van invloed zijn op onze dorpsgemeenschap in de toekomst."

- Algemeen: Rond 1900 maakte men zich in Parijs ernstig bezorgd om de hoeveelheid paardenmest op straat in het jaar 2000. Laten we vooral praktisch blijven.

- In het kader van de Oude Kern is er een visie op de winkelbedrijvigheid in Bennebroek, gerelateerd aan het bevolkingsprofiel van de toekomst geformuleerd. De bevolking van Bennebroek heeft, voor zover aanwezig, in de inspraakgelegenheden in overgrote meerderheid laten weten, dat zij die visie niet deelt, althans niet wenst te helpen realiseren.

 15.De beleidsvisie (2015-2030) dient helder inzicht te geven in "hoe voor de toekomstige generatie gedacht wordt om te gaan met bijzondere (en grensoverschrijdende) aspecten als milieu, veiligheid en verkeer/vervoer"

- Algemeen: Ook hier geldt wel in heel sterke mate dat de techniek, de wetenschap en de politieke inzichten met rasse schreden voortschrijden en het beleid sterk beinvloeden. Denkt U maar eens aan de techniek van huisvuilverwerken of de opvattingen over cameracontrole op straat.Wat zouden we nu doen met een beleidsnotitie uit pak weg 1985 met een doorlooptijd tot 2015 ? Juist, naar B.S.M. ermee.

- Onze werkwijze is praktisch op een overzienbare toekomst gericht en in geval van grensoverschrijdende aangelegenheden in samenwerking met buurgemeenten en/of provincie.

 16.De beleidsvisie (2015-2030) dient helder inzicht te geven in "enkele mogelijke plannen/scenario's en daarmee samenhangende financiële kaders"

- Gezien bovenstaande moge het U duidelijk zijn dat het naar onze mening zinloos is en veel te simpel gezien om zo'n werkwijze na te streven. Het zou leiden tot een onaanvaardbare verstarring in het gemeentelijke beleid of tot een voortdurend op onderdelen  bijstellen van een integrale beleidsvisie. Wij stellen ons onder die omstandigheden niet zoveel voor van de zo verleidelijk helder klinkende financiële kaders.

 17.De beleidsvisie (2015-2030) dient helder inzicht te geven in "visie op bestuurlijke coördinatie bij de uitvoering van genomineerde ontwikkelingsplannen."

- Naar onze mening hoort de coördinatie bij de uitvoering van plannen gewoon thuis bij het dagelijks bestuur van de gemeente, dat is het college van Burgemeester en wethouders. Daar is echt geen beleidsvisie 2015-2030 voor nodig.

 18."Bovenstaande opmerkingen zijn vooral gebaseerd op bezorgdheid over het (verder) afbreken van karakter en meerwaarde van Bennebroek voor huidige en toekomstige bewoners."

- Wij delen Uw zorg. De mogelijkheid om op sommige terreinen het bestaande karakter te bewaren ligt veelal in partikuliere handen. Of  gekozen kan worden voor behoud en mogelijk renovatie of restauratie van een gebouw heeft alles te maken met de wensen, de smaak en de financiële draagkracht van betrokkenen en met de mogelijkheden om het gebouw na de renovatie voor een beoogd doel te kunnen gebruiken. Alleen in het geval dat een gebouw is geplaatst op de monumentenlijst kan enigzins voorkomen worden, dat het op korte termijn te gronde gaat. In alle andere gevallen hebben de eigenaren het - vaak duurbetaalde - recht om binnen de kaders van de ruimtelijke ordening en welstand (de"schoonheidscommissie")hun eigendom te gebruiken, af te breken en er wat nieuws voor in de plaats te bouwen. Dat het recht van de één soms in conflict komt met een belang van een ander vormt de basis van ons dagelijks werk. Het komt er helaas steeds vaker op neer dat er in die situaties door de rechter moet worden vastgesteld in hoeverre het belang van een ander ook werkelijk tot diens recht kan worden gerekend. Dat is een maatschappelijke ontwikkeling, waar we ons à contre coeur bij neerleggen.

 19.”Door een deskundige en brede orientatie vooraf kan worden voorkomen dat we opnieuw ’het wiel moeten uitvinden’. Ik bied U gaarne advies aan om deze exercitie goed op te zetten en te coachen.”

- Daar waar werkelijk specifieke deskundigheid blijkt, maken wij uiteraard gaarne gebruik van dergelijke kennis en vaardigheden.

 Gezien het feit, dat U Uw brief aan wethouder Kal, overigens zonder daarvan in Uw brief, of anderszins melding te doen, onder een breed publiek en ook via krant en internet hebt verspreid, voelen wij ons vrij om ons antwoord eveneens via deze laatstgenoemde kanalen aan te bieden.

 

Hoogachtend,

 

Burgemeester en wethouders van Bennebroek,

de secretaris,                          de burgemeester,

 

 

 

 

J.D. de Kort                        C.E. Dalhuisen-Polano